Diezezang

Soms doen zich van die onverwachte vreugden voor, zoals een kwartiertje zitten op een bankje in de fascinerende stadstuin van Mimi en Hans van der Laan. De architect en zijn vrouw wonen in de Bossche binnenstad aan de Oude Dieze. In dat straatje, waar stadsbussen steeds weer moeizaam de bocht maken, zie je de oude Dieze echter niet. Die loopt er stiekem achterlangs, zonder dit vanaf de straat te willen weten. Soms staat er een voordeur open en kijk ik ongegeneerd in de lange gang die deze huizen vaak nog hebben. Nu kan ik gastvrij naar binnen, omdat de Van der Laans de uitvalsbasis zijn voor de Zomeravondconcerten op de Binnendieze. De musici drinken er wat voor zij worden overgezet naar het podium aan de andere kant van het oude stadswater.

De tuin ligt langs een royale bocht in de Binnendieze, waar koningin Beatrix en haar familie nog onlangs, nationaal gadegeslagen, uit hun bootje stapten. In de wingerds nestelen leeuweriken en winterkoninkjes, want die weten ook waar het de moeite waard is. Zittend op een bankje kun je net onder de Hekel doorkijken, de stadssluis waarachter zich het nog weer oudere moeras van het Bossche Broek openbaart.

Nou ja, ik raak niet uitgekeken. Heel jammer alleen dat zich ook op zo'n wondermooie plek weer een ergernis voordoet van bureaucratische aard. Al tien jaar worden de Diezeconcerten gehouden op het drijvende podiumpje. Maar nu heeft een Piet Lut van de Welstandscommissie kennelijk een keer vanaf de gerestaureerde wal naar beneden gekoekeloerd of hij nog iets kon waarnemen waarover hem nog geen formuliertje, met doorslag, heeft bereikt. Nu moet alsnog een heuse bouwvergunning worden aangevraagd. Het verbijstert mij steeds weer opnieuw hoe dit occulte gezelschap, dat monstrueuze nieuwbouw goedkeurt en zelfs waardeert, opmerkelijk gretig de breedte van kozijnen in oude pandjes nameet. Nu hebben ze ook plotseling een meninkje  over een al jaren drijvend vlondertje. Als de stad in vroegere eeuwen al was geteisterd door een Welstandscommissie, dan was zo'n overkluisde stadsrivier nooit gedoogd. Te kronkelig, te smal, maar vooral te onverwachts en te verrassend. Ook de Sint Jan was zeker niet langs 'Welstand' gekomen. Meet die hoge vensters nog maar eens na!

 

Maar daar komen in zes boten de honderd concertgasten al aan varen. Het is een vloot zoals er die moet hebben uitgezien toen de Vikingen naderden. Honderd hoofden kijken over de boeg gespannen naar de hoge wal. Mensen worden klein in zo'n grootse omgeving. Even later klinken de prachtige fado's van Maria Fernandes tussen de kademuren, terwijl een meter of vijf boven ons het stadsleven gewoon doorgaat. Maar daar ontrekt de onderwereld zich moeiteloos aan. Dat maakt een concert op een stadsrivier ook zo bijzonder. Er hangt een rust die je midden in een stad niet verwacht. Op een plaats waar verder alleen stilte is, klinken de fado's nog gepassioneerder dan in een zaal. Wellicht omdat alles om je heen ook volslagen naturel is. Als wij allen applaudisseren, schommelen de Diezeboten in hetzelfde ritme.

Bij de terugvaart met schipper Toos begint het te schemeren en scheren de eerste vleermuizen uit het duistere Hellegat. Destijds ook zo maar gebouwd. Het moet Welstand een ware gruwel zijn.